GGD West-Brabant

Intensieve veehouderij

Wilt u advies over een specifieke situatie? Neemt u dan contact op met Team Gezondheid, Milieu & Veiligheid.
Bel voor advies: 0900 368 68 68
08:30 tot 17:00 uur
Geplaatst op: 04-04-2016 om 14:50 uur
Laatst gewijzigd op: 26-05-2016 om 16:58 uur

Met intensieve veehouderij bedoelen we bedrijven waarbij varkens, kippen en kalveren op een klein oppervlak samen zijn. Deze bedrijven kunnen in de buurt van bebouwing overlast bezorgen en het risico op ziektes bij omwonenden vergroten. Het gaat daarbij niet alleen om stank, maar ook om bijvoorbeeld fijnstof en de verspreiding van Q-koorts en andere ziekteverwekkers. Daarnaast ziet de GGD dat mensen in de buurt van pluimveehouderijen meer klachten hebben aan de luchtwegen dan mensen die er verder vandaan wonen. Ook hebben mensen last van de geuren van zo’n bedrijf.

De GGD adviseert daarom:

  • Een minimumafstand van 250 meter tussen een veehouderij en woningen. Vooral bij nieuwe woningen, wijken of nieuwe bedrijven hanteren we dit advies.
  • Bedrijven verplicht geur en fijnstofuitstoot te beperken. Zoveel als redelijkerwijs mogelijk is. Hierbij gebruikt de GGD het uitgangspunt dat:
    - niet meer dan 12 procent van de bewoners in de bebouwde kom heeft geurhinder;
    - niet meer dan 20 procent van omwonenden in het buitengebied heeft geurhinder.
  • Bepaalde combinaties van diersoorten mogen niet samen op één bedrijf voorkomen. Geen varkens en pluimvee op één bedrijf.
  • Geen rundvee en kleine herkauwers zoals geiten en schapen samen. En geen geiten en schapen samen. Wel als er een gescheiden bedrijfsvoering is.
  • Rundvee en varkens mogen samen, als er sprake is van een gescheiden bedrijfsvoering.