GGD West-Brabant
Geplaatst op: 30-04-2020 om 20:50 uur
Laatst gewijzigd op: 22-03-2021 om 11:18 uur

Informatie coronavirus voor scholen en kinderopvang

Op deze pagina's delen wij informatie speciaal voor scholen en kinderopvangorganisaties.

Testen met voorrang

Zorg- en onderwijspersoneel kan zich met voorrang laten testen. Meer informatie over het aanvragen van een test met prioriteit lees je op de website van de Rijksoverheid. Er vindt er op twee momenten controle plaats: aan de telefoon én in de teststraat.
Werkgevers zijn gevraagd om erop toe te zien dat er niet onnodig gebruik wordt gemaakt van deze regel. Dit om te voorkomen dat ook de voorrangsstraten te snel vollopen. De voorrangsregeling is tijdelijk. Als de laboratoriumcapaciteit even hoog is als de testvraag hoeft er niet meer met prioriteit getest te worden.

Afspraak maken voor een coronatest

ventilatie op scholen

Adviezen van het RIVM en de Rijksoverheid.

In de media is veel aandacht voor de rol die ventilatie speelt bij de verspreiding van het coronavirus. Vanuit de overheid en het RIVM zijn hierover adviezen opgesteld. Voor meer informatie verwijzen wij naar:

Eventuele veranderingen in de adviezen met betrekking tot ventilatie zijn te volgen via de website van de rijksoverheid. Heb je nog na het lezen van de informatie via bovenstaande link nog vragen, neem dan contact met ons op.

Op verzoek van enkele scholen en gemeenten stelden we vanuit de GGD West-Brabant een voorlopig advies voor scholen die onvoldoende kunnen ventileren op.

Geldt de anderhalve meter maatregel op school?
  • Kinderen in kinderopvang en in het primair onderwijs hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te bewaren; 
  • Kinderen moeten zo veel mogelijk 1,5 meter afstand bewaren ten opzichte van volwassenen (leraren en andere personeelsleden); 
  • Personeelsleden onderling moeten ook 1,5 meter afstand bewaren; 
  • Ook ouders en verzorgers - die het kind komen brengen en halen - houden buiten school 1,5 meter afstand van elkaar. Het advies is om ook een mondkapje te dragen.  
Hoe kan de veiligheid voor iedereen op school gewaarborgd worden?

Nu de basisscholen weer open zijn, is het belangrijk om de volgende maatregelen in acht te nemen. Dit om de veiligheid voor iedereen zo goed mogelijk te waarborgen: 

  • Om contactmomenten tussen personeel zoveel mogelijk te beperken, blijft personeel gescheiden. Ook tijdens pauzes en andere momenten; 
  • Werk zoveel mogelijk in vaste groepjes kinderen. Mocht er toch een besmetting plaatsvinden, dan hoeven in dat geval mogelijk alleen de leerlingen uit hetzelfde groepje in quarantaine. Dit beoordeelt de GGD. In de groepen 4, 5 en 6 is het advies om groepjes van 5 kinderen te maken, die bij elkaar in de buurt mogen komen. In de groepen 7 en 8 wordt met kleinere groepjes of koppels gewerkt; 
  • Buitenspelen gebeurt alleen met de eigen klas. Klassen worden niet gemengd. 
  • Op school vindt alleen onderwijs en (onderwijsondersteunende) zorg plaats. Andere activiteiten zoals teamoverleggen e.d. vinden online en op afstand plaats; 
  • Dringend advies aan personeel dat lesgeeft aan groep 7 of 8 om een mondneusmasker of face-shield dragen. Mondneusmaskers kunnen worden overwogen voor leerlingen van groep 7 en 8; 
  • Zorg voor gespreide begin-, pauze- en eindtijden;  
  • Kinderen worden door één ouder/verzorger gebracht en gehaald;  
  • Organiseer bij brengen/halen 1,5 meter afstand tussen de ouders;  
  • Dringend advies om het schoolplein in te delen in verschillende ophaal- en brengzones waarbij ouders/verzorgers gevraagd wordt mondneusmaskers te dragen. 
  • Het is van groot belang om accurate registratie bij te houden van klassenindelingen (en indien van toepassing subgroepen) en presentie;  
  • Zorg dat leerlingen niet onderling rouleren tussen verschillende groepen.  

Meer informatie lees je op Rijksoverheid.nl

Zijn er speciale adviezen voor de hygiëne?

De hygiënemaatregelen zoals eerder vermeld door het kabinet voor alle Nederlanders. Iedereen die gezond is, kan naar school.

Voor iedereen gelden daarbij de algemene maatregelen:

  • Was je handen 20 seconden lang met water en zeep, daarna handen goed drogen.
  • Was je handen voordat je naar buiten gaat, als je weer thuis komt, als je je neus heeft gesnoten en natuurlijk voor het eten en na wc bezoek.
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes om je neus te snuiten en gooi deze daarna weg.
  • Was daarna je handen.
  • Schud geen handen.

Uitgebreidere informatie is te vinden bij het RIVM en de Rijksoverheid

Mogen medewerkers met klachten werken op de basisschool / de kinderopvang?

Ouders/verzorgers en medewerkers blijven thuis:

  • Als zij klachten hebben die passen bij het coronavirus;
    • neusverkoudheid
    • loopneus
    • niezen
    • keelpijn
    • lichte hoest
    • verhoging (tot 38 graden Celsius) of
    • koorts.
  • Als een huisgenoot klachten heeft die passen bij het coronavirus; 
  • Als zij vallen onder een risicogroep volgens het RIVM (boven de 70 jaar of met onderliggende aandoeningen); 
  • Als een huisgenoot valt onder een risicogroep. 
Wanneer moeten kinderen thuisblijven?

Om te bepalen of kinderen (met klachten) naar school of kinderopvang mogen, heeft AJN Jeugdartsen Nederland twee beslisbomen ontwikkeld:

In de meeste gevallen blijven kinderen bij verkoudheidsklachten thuis en laten zich testen. Ook als dat lichte klachten zijn zoals niezen of een snotneus. Kinderen tot en met groep 8 basisschool kunnen voortaan getest worden als ze klachten hebben die passen bij het coronavirus. Wij adviseren om in ieder geval te testen in de volgende gevallen: 

  • Verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, kuchen, hoesten, keelpijn, niezen;  
  • Koorts of benauwdheid; 
  • Na contact met iemand die corona heeft; 
  • Terugkeer uit een gebied met code oranje of rood. 

Er is een onderscheid van kinderen tot 4 jaar en vanaf 4 jaar. Meer informatie hierover vind je op de website van Rijksoverheid

Meer informatie vind je op de website van de Rijksoverheid

Artikel 26 melding

Potentieel ernstige aandoeningen aan de luchtwegen van vermoedelijke infectieuze aard in instellingen moeten normaal gesproken gemeld worden aan de GGD volgens artikel 26 van de Wet Publieke Gezondheid. Concreet houdt dit in dat basisscholen en kindercentra de GGD op de hoogte brengen als er drie of meer kinderen of medewerkers in een groep zijn met een luchtweginfectie. Op dit moment hebben deze meldingen weinig toegevoegde waarde meer. Immers, medewerkers met klachten laten zich testen en bij kinderen kan met behulp van de beslisboom bepaald worden of ze naar school/opvang mogen en of er reden is voor een test.

U hoeft dus als kinderopvang en basisschool per direct geen artikel 26 meldingen meer aan de GGD West-Brabant te doen wanneer het om corona gaat.

In plaats van deze artikel 26 meldingen kunnen scholen en kindercentra zo nodig in voorkomende gevallen bij meerdere zieke kinderen in een groep, al of niet gerelateerd aan coronapositieve kinderen of medewerkers, met ons overleggen als er vragen zijn of onrust heerst ( 085- 0785810 of infectieziekten@ggdwestbrabant.nl).

We blijven graag artikel 26 meldingen ontvangen over meerdere kinderen in een groep met huiduitslag (vlekjesziekten), geelzucht, diarree of overige ernstige aandoeningen. Zie daarvoor het meldingsformulier

Wanneer valt een medewerker in de risicogroep?

Mensen met verhoogd risico zijn:

  • Ouder dan 70 jaar
  • Ouder dan 18 jaar met een onderliggende aandoening, bijvoorbeeld suikerziekte of een aandoening van de longen, het hart, de nieren of de afweer. 

Voor een uitgebreider overzicht zie ‘Wat zijn kwetsbare groepen?’ in de vragen en antwoorden van het RIVM

Medewerker en werkgever kunnen in overleg besluiten om de medewerker vrij te stellen van werk op school / de opvang. Overleg met de bedrijfsarts of de GGD bij vragen of twijfel.

Personeelsleden met gezinsleden die in een risicogroep vallen kunnen ook vrijgesteld worden van werk op school.

Kunnen kinderen met een onderliggende aandoening naar school / kinderopvang komen?

De Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde geeft aan dat voor de meeste kinderen met een onderliggende aandoening geen extra voorzorgsmaatregelen nodig zijn, anders dan de gebruikelijke adviezen die ouders en kind eerder met hun (kinder)arts voor dit seizoen heeft afgesproken en de adviezen die het RIVM geeft.
Bij twijfel kunnen ouders overleggen met de behandelend (kinder)arts en de school.

Meer informatie over risicogroepen vind je op de website van het RIVM

Wat als een ouder het spannend vindt om het kind naar school te laten gaan?

Ga eerst zelf in gesprek met de ouder. Je kunt ook overleggen met de jeugdverpleegkundige/jeugdarts van de school.

Mochten er vragen zijn over het coronavirus dan kan de ouder bellen naar 088 – 368 68 58.

De school/kinderopvang kan contact met ons opnemen via 085-078 58 10.

Wat kunnen scholen doen bij verzuim van leerlingen?

Bij zorgen over verzuim, met name ziekteverzuim, kan de jeugdarts van de school meedenken met school, ouders en leerling.

De GGD heeft de afgelopen jaren een interventie voor ziekteverzuim (M@ZL PO) ontwikkeld met 25 basisscholen, deze interventie komt in 2021. Vooruitlopend daarop adviseren we scholen om bij aanhoudend verzuim van leerlingen de jeugdarts te consulteren.

Voor VO en MBO scholen is de methodiek M@ZL reeds beschikbaar en kunnen de gebruikelijke kanalen gebruikt worden.

Ter consultatie of bij verdenking van ongeoorloofd verzuim kan uiteraard ook overlegd worden met de leerplichtambtenaar.

Als een ouder in een risicogroep valt, mag het kind dan wel naar school?

Wanneer een gezinslid in de risicogroep valt en onder specialistische behandeling is, kan dit gezinslid overleggen met zijn/haar behandelend arts en de school.

Is het gebruik van persoonlijke beschermingsmaterialen (zoals een mondkapje) nodig op school / de kinderopvang?
Onderwijspersoneel dat lesgeeft aan groep 7 en 8 kan een mondkapje of faceshield dragen. Dit is niet verplicht. Scholen hebben het dringende advies gekregen om leerlingen van groep 7 en 8 in de gangen een mondkapje te laten dragen wanneer zij geen afstand kunnen houden tot leerlingen uit andere klassen.
Heb je nog vragen?

Voor inhoudelijke vragen kun je bellen met 085-078 58 10 of mailen naar  clusterteam@ggdwestbrabant.nl

Wij zijn 7 dagen per week bereikbaar tussen 08:00 uur en 17:00 uur voor medewerkers in het onderwijs en de kinderopvang.

Waar kunnen ouders met zorgen / vragen naar toe?

Ouders kunnen met vragen bellen met de GGD via 088 - 368 68 58, op werkdagen bereikbaar van 08.00 - 17.00 uur.

veelgestelde vragen voortgezet onderwijs

Bij welke klachten moeten leerlingen en medewerkers op het VO thuisblijven?

Bij verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn) moet je thuisblijven. Ook bij hoesten, benauwdheid, verhoging/koorts of bij plotseling verlies van reuk en/of smaak (zonder neusverstopping). Als iemand binnen het gezin of huishouden positief getest is op corona of naast verkoudheidsklachten ook koorts en/of benauwdheid heeft, dan moet iedereen thuisblijven.

Bekijk ook de beslisboom van AJN Jeugdartsen Nederland voor iedereen van 12 jaar en ouder

Wat als een leerling of medewerker positief is getest? 
Op het moment dat een leerling of medewerker positief wordt getest, wordt deze persoon ingelicht door de GGD. De positief geteste persoon wordt nadrukkelijk gevraagd om de school in te lichten over de situatie.
Van de GGD krijgt de persoon (of de ouders van deze persoon) uitleg over wie onder de categorie nauwe contacten valt. Tot voor kort werden deze nauwe contacten door de GGD zelf geïnformeerd. Vanwege de enorme toename in het aantal corona meldingen, is dit nu niet altijd mogelijk. Het kan zijn dat de positief geteste persoon wordt gevraagd om zelf de nauwe contacten in te lichten. Collega’s en/of medeleerlingen die langere tijd in dezelfde ruimte hebben gezeten zijn overige contacten. 

In het geval van een grote uitbraak neemt de GGD een actieve rol in en ontstaat er een korte lijn om informatie over en weer uit te wisselen. De GGD geeft advies aan de schoolleiding en/of het schoolbestuur wat te doen.
 
Hoe te handelen bij een ziekmelding van een leerling/ medewerker (VO) met COVID-achtige klachten?
  • Bij een ziekmelding met COVID-achtige klachten door een leerling of medewerker dient standaard het advies gegeven te worden dat men zich moet laten testen en de uitslag te melden.
  • Het is aan de betrokkene om zelf de school te informeren.
  • De GGD vraagt toestemming aan de positieve geteste persoon om met de school te overleggen als dit van toepassing is.
  • Als de GGD, vanuit gezondheidsoogpunt, extra maatregelen zinvol acht, dan wordt de school hierover geïnformeerd. Dat is zelden het geval.
  • Bij een besmetting wordt door de school allereerst de directe omgeving van de leerling geïnformeerd. Dit betekent concreet een brief via e-mail naar de klas en de docenten die les gegeven hebben aan de leerling.
  • Tweewekelijks of maandelijks wordt er door de school een update gestuurd naar alle ouders en personeelsleden over de stand van zaken op school.
Wat zijn de rechten en plichten van een leerling/ medewerker bij positieve testuitslag?

Medewerker

Als een medewerker positief test, dan zal hij zich voor de komende tijd ziekmelden bij zijn werkgever. Zoals bij andere ziekmeldingen is het personeelslid niet verplicht om te vermelden wat de reden van zijn ziekmelding is. De werkgever kan vragen wat de reden van verzuim is, maar het personeelslid hoeft hier niet op te antwoorden. De werkgever kan dan de bedrijfsarts inschakelen. De bedrijfsarts is ‘de spil’ in deze. De bedrijfsarts brengt de werkgever op de hoogte van de duur van het verzuim en van de eventuele (gedeeltelijke/thuis) inzetbaarheid; maar ook de bedrijfsarts mag geen reden van verzuim aan de werkgever doorgeven. Het is dus aan de medewerker om wel of niet te vertellen dat hij corona heeft.

Leerling

Als een leerling positief is getest, dan vraagt de GGD aan de leerling en/of ouders om de school in te lichten, of de GGD neemt contact op met de school. Voorafgaand aan contact met school wordt door de GGD toestemming gevraagd aan leerling en/of ouders. Buiten dit contact van de GGD richting de school, geldt vooral het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling/ouders is essentieel. Positief geredeneerd: de leerling/ouders geven aan de school door dat de leerling de komende periode verzuimt (ook hier: hoeft geen reden kenbaar te maken en registratie mag niet). Bij verzuimvraagstukken kan de jeugdarts /jeugdverpleegkundige soms een rol spelen als er zorgen zijn over de ontwikkeling van de leerling.
Mag iemand naar school als hij/ zij nog klachten heeft, maar negatief is getest?

Als een leerling of medwerker nog klachten heeft, maar zich wel heeft laten testen en een negatief uitslag heeft, dan mag hij/ zij naar school. Door het in acht nemen van de gebruikelijke basisrichtlijnen rondom hygiëne en afstand houden, wordt het risico dat iemand anders besmet raakt met bijvoorbeeld een verkoudheidsvirus beperkt.

Wat als de school (gedeeltelijk) moet sluiten?

Er kunnen meerdere redenen zijn waarom een school (gedeeltelijk) sluit. In het geval dat de GGD vaststelt dat de gezondheidsrisico’s groter zijn dan het belang van het voortzetten van het onderwijs, dan communiceert de GGD hierover uitgebreid met de school. Een dergelijke beslissing wordt door de burgemeester/Veiligheidsregio genomen, altijd in overleg met het schoolbestuur/de
schoolleider.

Het kan ook zijn dat er meerdere docenten niet fysiek op school aanwezig kunnen zijn vanwege niet naar school mogen vanwege COVID-achtige klachten, nog in afwachting zijn van testresultaten, zelf positief getest zijn of een huisgenoot hebben die positief getest is. Als de docent positief getest is, is het mogelijk dat de
docent niet in staat is om les te geven.

Het kan in die situaties noodzakelijk zijn om één of meerdere klassen en/of jaarlagen naar huis te sturen of zelfs sluiting van de hele school te overwegen. Het streven is altijd om dit waar mogelijk te vermijden. Een besluit over (gedeeltelijke) sluiting vanwege de onderwijscontinuïteit wordt genomen door het schoolbestuur/de schoolleider.