Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen (zoönose). De bacterie die Q-koorts veroorzaakt heet Coxiella burnetii. Mensen krijgen de ziekte meestal via het inademen van lucht waar de bacterie in zit. Dus niet altijd via direct contact met dieren. De meeste bacteriën komen tijdens de lammerperiode van besmette melkgeiten of melkschapen in de lucht terecht. De lammerperiode duurt van februari tot en met mei. Patiënten krijgen gemiddeld 2 tot 3 weken (oplopend tot 6 weken) na besmetting klachten.
Meer dan de helft van de mensen met Q-koorts heeft nagenoeg geen klachten. Mensen die wel klachten hebben, krijgen meestal (aanhoudende) koorts en heftige hoofdpijn. Andere klachten kunnen zijn: hoesten, spierpijn, gewrichtspijn, koude rillingen, nachtelijk zweten, malaise en vermoeidheid. Bij een ernstig verloop krijgen mensen een longontsteking met droge hoest en pijn op de borst. Sommige mensen krijgen een leverontsteking. Q-koorts komt vaker voor bij mensen die roken. Q-koorts komt weinig voor bij kinderen en baby’s.
Veel mensen, ongeveer een vijfde, hebben na een doorgemaakte Q-koorts nog maanden tot jaren klachten van vermoeidheid. In 2012 is er een richtlijn voor langdurige vermoeidheid na Q-koorts ontwikkeld voor huisartsen en specialisten. De richtlijn is te vinden op de website van het RIVM.
Daarnaast krijgt 1-3% de chronische vorm van Q-koorts, die jarenlang kan duren. Er is een patiëntenvereniging voor mensen met Q-koorts: Q-uestion.
In Brabant zijn bedrijven met Q-koorts vastgesteld, bekijk de kaart en adressen. Voor besmette bedrijven gelden maatregelen. Het risico om ziek te worden in de buurt van deze bedrijven is veel kleiner dan in 2009 en de jaren ervoor. Dit komt doordat de geiten en schapen gevaccineerd zijn. De maatregelen die gelden voor besmette bedrijven zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.
Binnen kantoortijd: 076-52 82 894
Buiten kantoortijd: 0900- 367 67 67
Fax: 076-52 82 239
Brieven aan (huis)artsen: