Veelgestelde vragen

Hieronder staan een aantal veel gestelde vragen, met name bedoeld voor de Professionals, zoals de Gemeenten. Vindt u een antwoord niet duidelijk of heeft u nog een andere vraag, neem dan contact op met Mark van Beers, directiesecretaris GGD West-Brabant.

Heeft u toch nog een andere vraag dan kunt u die stellen via de contactpagina.


Waarom is er een GGD?

De overheid (en dus ook de gemeente) heeft een taak in de publieke gezondheidszorg. Dat staat in een aantal wetten, onder andere de Wet publieke gezondheid (hierna: de wet). Volgens deze wet moet elke gemeente een gezondheidsdienst in stand houden. Als gemeenten dat samen doen, spreken we van een Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). De 18 gemeenten in het werkgebied van de GGD West-Brabant hebben deze GGD in 2000 samen opgericht.

Wat is de rechtsvorm van de GGD West-Brabant?

Openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen met in het bestuur de wethouders volksgezondheid.

K.v.K.-nummer: 20164916 0000

Waarom een gemeenschappelijke regeling?

Een gemeenschappelijke regeling is voor gemeenten de meest passende vorm van samenwerking om bepaalde taken gezamenlijk uit te voeren. Van belang daarbij is dat het te voeren beleid en de wijze waarop taken worden uitgevoerd wordt bepaald door de lokale en regionale bestuurders van de gemeenten.

Het gaat dus om de democratische legitimiteit van wat de GGD doet in het belang van de gezondheid van de burgers van die gemeenten.

Wat is de relatie tussen de GGD en de veiligheidsregio's?

De GGD verzorgt in opdracht van de Veiligheidsregio M&W Brabant de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en rampen (GHOR). De directeur GGD is ook directeur GHOR en geeft daardoor in geval van crises en rampen leiding van de “witte kolom”, die dan samenwerkt met politie (“blauwe kolom”), brandweer (“rode kolom”) en gemeenten.

Wie betaalt de GGD?

De gemeenten betalen een deel van de kosten van de GGD, via de zogenaamde inwonersbijdrage. Het is een van de taken waarvoor zij een uitkering van het rijk krijgen (in het Gemeentefonds),. De gemeentelijke inwonersbijdrage is bestemd voor de wettelijke taken van de GGD. De GGD heeft ook inkomsten van anderen dan gemeenten.

Hoe kan de gemeente de GGD controleren en sturen?

De gemeenten krijgen voor 1 februari de voorjaarsnota over de begroting van het volgende jaar toegestuurd. Ze hebben dan de tijd om hun zienswijze daarover te geven. De GGD werkt deze nota daarna uit in de begroting; die gaat voor 1 mei naar de gemeenten. De wet zegt dat het Algemeen Bestuur van de GGD zijn begroting voor 1 juli moet vaststellen.

Hoe werkt de jaarlijkse aanpassing van de inwonersbijdrage?

De totale kosten van de GGD voor wat betreft taken die voor alle gemeenten worden uitgevoerd – z.g. basistaken – worden omgerekend in een bijdrage per inwonertal van elke gemeente. Voor de begroting 2011 wordt dan het aantal inwoners per 1-1-2010 gehanteerd.

 

Hoe kan de gemeente beoordelen of de GGD efficiënt werkt?

De gemeente kan de efficiëncy van de GGD onder andere beoordelen door te kijken of de GGD marktconforme tarieven hanteert (zie onder). Verder kunnen ze de prestaties van de GGD vergelijken met de kosten van andere GGD-en.  De GGD werkt mee aan de benchmark van GGD Nederland, conform de afspraken binnen de VNG. Daaruit blijkt telkens dat de GGD West-Brabant op het vergelijkbaar gemaakt takenpakket binnen de gemeenschappelijke regelingen scoort als relatief goedkoop. Veel taken worden met een geringere personeelsinzet per 100.000 inwoners uitgevoerd dan bij andere GGD-en.

Zijn de tarieven van de GGD marktconform?

De tarieven van de GGD hangen af van de soort producten.

1. Producten in het basispakket: voor deze wettelijke taken is geen concurrentie. De gemeenten kunnen de tarieven van de GGD vergelijken met de tarieven uit de plustaken (waar wel concurrentie op bestaat).  

2. Producten die plustaak zijn: Gemeenten kunnen de GGD-tarieven vergelijken met andere en besluiten om de plustaken wel of niet bij de GGD neer te leggen.

Hoe flexibel is de GGD?

Bij de uitvoering van het basispakket is de GGD gebonden aan de wet en landelijke richtlijnen. Voor de jeugdgezondheidszorg en de algemene gezondheidszorg zijn deze vrij strikt, bij de bevorderingstaken is er meer vrijheid. De flexibiliteit in die taken komt vooral tot uiting in het maatwerk per gemeente (zie onder): binnen het basispakket zit daar de mogelijkheid voor de GGD om in te spelen op de vragen van elke gemeente.   

Het basistakenpakket wordt voortdurend gemonitord. Als er ontwikkelingen in de maatschappij of in de wet- en regelgeving zijn die maken dat het basistakenpakket moet worden aangepast, dan wordt er een voorstel aan het bestuur gedaan.

Waarom voert de GGD ook niet-wettelijke taken uit?

Het uitvoeren van meer dan de wettelijke taken leidt tot continuïteit en meerwaarde. Het eerste geldt bijvoorbeeld voor de lijkschouwen: deze voor gemeenten wettelijke taak kan een (grote) GGD gemakkelijker in 24-uurs dienst uitvoeren. Het tweede geldt bijvoorbeeld voor de jaarlijkse gezondheidsmonitors: een groter onderzoek, meer vergelijkbare resultaten en een garantie voor kwaliteit.