In de provincie Brabant ontwikkelen zich Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s) voor de veehouderij. Hierin is niet alleen ruimte voor bestaande, maar ook voor nieuwe (mega-)bedrijven. Omwonenden en maatschappelijke organisatie maken zich zorgen. Zij vragen zich af wat dit betekent voor het landschap, het dierenwelzijn en de gezondheid van de omwonenden.
De GGD stelde daarom voor u een informatieblad
op. Hierin leest u de mogelijke risico’s en kansen voor uw gezondheid. Hieronder vindt u een korte samenvatting.
Wat doet de GGD?
- Wij beantwoorden uw vragen en vragen van gemeenten.
- Wij brengen gezondheidsrisico’s in kaart.
- Wij geven voorlichting aan gemeenten en burgers.
Het informatieblad kort samengevat:
Risico’s op infectieziekten
Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld via direct diercontact, lucht, mest en voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Bij influenza kan een mens tegelijkertijd besmet raken met een menselijk en dierlijk virus. Hierdoor kan een heel nieuw virus ontstaan, waartegen (nog) geen weerstand bestaat. Dit virus kan van mens op mens overdraagbaar zijn. In stallen met veel dieren dicht bij elkaar kan een virus zich makkelijker verspreiden. Zeker in combinatie met slechte hygiënische omstandigheden. Hierdoor neemt het risico op infectieziekten toe.
Risico’s van ammoniak, fijn stof, endotoxinen en geur
Naast zoönosen spelen stoffen zoals ammoniak, fijn stof en biologische agentia een grote rol bij gezondheidseffecten in de omgeving van intensieve veehouderijen. Ook geur is een belangrijke factor. Omwonenden van intensieve veehouderijen melden vaker gezondheidsklachten dan normaal. Denk aan o.a. luchtwegklachten, irritatie van de ogen, stress, hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid en aantasting van de stemming. Geurhinder veroorzaakt mogelijk een deel van deze klachten.
Risico’s beheersen
Om zoönosen te voorkomen moeten bedrijven de kans op ziekteverwekkers verkleinen en verspreiding voorkomen. Dit kan door een goede bedrijfsvoering en stalontwerp. Voldoen aan milieuwetgeving betekent nog niet automatisch dat het gezondheidsaspect ook voldoende aandacht krijgt. De maatschappelijk afnemende acceptatie speelt een steeds grotere rol bij de discussie over het oprichten van megastallen in de omgeving.
Risico’s op infectieziekten
Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld via direct diercontact, lucht, mest en voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Bij influenza kan een mens tegelijkertijd besmet raken met een menselijk en dierlijk virus. Hierdoor kan een heel nieuw virus ontstaan, waartegen (nog) geen weerstand bestaat. Dit virus kan van mens op mens overdraagbaar zijn. In stallen met veel dieren dicht bij elkaar kan een virus zich makkelijker verspreiden. Zeker in combinatie met slechte hygiënische omstandigheden. Hierdoor neemt het risico op infectieziekten toe.
Risico’s van ammoniak, fijn stof, endotoxinen en geur
Naast zoönosen spelen stoffen zoals ammoniak, fijn stof en biologische agentia een grote rol bij gezondheidseffecten in de omgeving van intensieve veehouderijen. Ook geur is een belangrijke factor. Omwonenden van intensieve veehouderijen melden vaker gezondheidsklachten dan normaal. Denk aan o.a. luchtwegklachten, irritatie van de ogen, stress, hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid en aantasting van de stemming. Geurhinder veroorzaakt mogelijk een deel van deze klachten.
Risico’s beheersen
Om zoönosen te voorkomen moeten bedrijven de kans op ziekteverwekkers verkleinen en verspreiding voorkomen. Dit kan door een goede bedrijfsvoering en stalontwerp. Voldoen aan milieuwetgeving betekent nog niet automatisch dat het gezondheidsaspect ook voldoende aandacht krijgt. De maatschappelijk afnemende acceptatie speelt een steeds grotere rol bij de discussie over het oprichten van megastallen in de omgeving.






