Rabies

Rabiës – oftewel hondsdolheid – is een ernstige virusinfectie die de hersenen aantast. Bij niet tijdige behandeling leidt de ziekte tot de dood. In Nederland komt de ziekte nauwelijks voor. Nederlandse patiënten liepen de ziekte in het buitenland op.
Alle zoogdieren, dus niet alleen honden maar bijvoorbeeld ook katten en apen, kunnen rabiës hebben en via speeksel overdragen op andere dieren en mensen. Ook vleermuizen kunnen de ziekte overbrengen. Rabiës komt voor bij zowel wilde dieren als huisdieren.

Besmetting

U kunt met het virus in aanraking komen door een beet, maar ook doordat een besmet dier u krabt of likt. Het virus dringt het lichaam binnen door wondjes in de huid of via de slijmvliezen (ogen en mond).

Advies voor reizigers

  • Vermijd contact met dieren, hoe schattig ze er ook uit zien. Zorg ervoor dat ook uw kinderen dat doen!
  • Raak zieke of dode dieren niet aan.

Bent u gebeten, gekrabd of gelikt door een dier dat mogelijk met rabiës is besmet?

  • Maak de wond goed schoon met water en zeep.
  • Ontsmet de wond met betadine of alcohol (70 procent).
  • Zoek zo snel mogelijk medische hulp.

Vaccinatie

Loopt u veel risico op een rabiësbesmetting bij een bepaalde reis? Dan is vaccinatie het overwegen waard. De vaccinatie bestaat uit drie injecties, verspreid over drie weken. Dit geeft een basisbescherming. Na een mogelijke besmetting moet u dus toch nog altijd meteen medische hulp zoeken.