In de winter krijgen veel mensen te maken met verkoudheid, hoesten en koorts. Meestal hebben zij geen griep, maar een ander virus, zoals het verkoudheidsvirus. De échte griep verloopt ernstig(er) en begint meestal plotseling.
Griep is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door het griepvirus ‘influenza’. Ziekteverschijnselen zijn hoesten, hoofdpijn, keelpijn, koorts, koude rillingen, spierpijn en moeheid. Meestal duren deze verschijnselen enkele dagen, soms een hele week. Na een griep kan het nog enkele weken duren voor u zich weer helemaal beter voelt. Omdat het virus ieder jaar een beetje verandert, kunt u steeds opnieuw griep krijgen.
Het virus zit in de keel, neus en luchtwegen van iemand die ziek of besmet is. Door hoesten, niezen en praten komen kleine druppeltjes met het virus in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet worden. Ook via de handen kan het virus worden overgedragen.
Besmetting is nooit helemaal te voorkomen. Maar de onderstaande maatregelen verkleinen wel de kans dat u besmet wordt, of dat u griep of verkoudheid aan anderen overdraagt. Leer de maatregelen ook aan kinderen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het team infectieziektebestrijding van de GGD, via tel. 076-5282894. In de rechterkolom vindt u de folder en de brochure 'Hoesten of niezen? Zakdoek kiezen!' Hierin leest u de meest gestelde vragen en antwoorden over griep en verkoudheid. Meer achtergrondinformatie vindt u in ons dossier over griep.
Binnen kantoortijd: 076-52 82 894